Ik leef.

Ik leef wanneer ik huil, wanneer ik lach. Ik leef wanneer ik gelukkig ben, ik leef wanneer verdriet zijn schaduwen over mij heeft laten vallen.

Ik leef in steegjes, bosjes, bedden, kraakpanden, ik leef bij de zee. Ik leef in de golven, ik leef op de rotsen, ik leef met mijn hoofd, ver, ver in de wolken. Ik leef in het gras en ik leef, ik leef vooral wanneer ik in jouw hart aanwezig ben. • Ask me anything